
In Australië ligt de prevalentie van campylobacteriose drie keer zo hoog dan in West-Europa, waarbij in 80% van de gevallen campylobacteriose gerelateerd is aan kippenvlees. Dit was dan ook de aanleiding voor Henry Tan, werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid van West-Australië en onderzoeker van de risico’s en preventie van Campylobacter, om de pluimveesector in enkele West-Europese landen te bezoeken, waaronder België. De Landsbond Pluimvee en het ILVO faciliteerden het bezoek op het kraaknette braadkippenbedrijf van Frank en Katrien Vanhaecke, gelegen in Oostrozebeke.
Tijdens zijn bezoek hoopte hij met name om effectieve strategieën voor de bewaking en bestrijding van Campylobacter te identificeren op verschillende punten in de toeleveringsketen, van de primaire productie tot de consument. Dhr. Tan had onder meer reeds een overleg met Sciensano, met het FAVV en met Geertrui Rasschaert die alsook onderzoek verricht rond Campylobacter bij het ILVO. Een praktijkbedrijf mocht echter niet ontbreken. Hiervoor trok de Landsbond Pluimvee, samen met het ILVO, richting Oostrozebeke waar Frank en Katrien Vanhaecke hun bedrijf openstelden voor het bezoek.
Met zo’n 750 miljoen slachtingen per jaar, een geheel ander klimaat en andere problematieken was het op z’n minst gezegd een boeiend gesprek om de Australische pluimveesector met de Belgische te vergelijken. Eén ding is zeker, Henry Tan had heel wat opgestoken van hoe Belgische pluimveehouders omspringen met bioveiligheid. Het volledige artikel is te lezen in het vakblad PLUIMVEE van september dat rond 10 september in de bus verschijnt.
Bron: Pluimvee – Foto: Pluimvee (MM)