Ontstaan van de Landsbond

De tijd dat de boer zijn kost kon verdienen door met enkele hennen naar de markt te trekken en ze daar te verkopen aan de rijke lui ligt al ver achter ons. De uitvinding van de broedmachine hertekende de pluimveehouderij, waarna schaalvergroting en efficiënte  steeds belangrijker werden. Ondanks dat de pluimveesector  volop in ontwikkeling was, was het echter wachten tot maart  ’46, na WO II, op een specifiek overheidsbeleid. Met het  verschijnen van het ministerieel besluit van maart ’46 werd  niet alleen de pluimveehouderij gereglementeerd, maar werd  alsook de Vlaamse Bedrijfspluimvee- en Konijnenhouders  vzw, beter gekend onder de naam Landsbond, opgericht. In de na-oorlogse periode die hierop volgde ontstond er een nauwe samenwerking met de overheid in kader van de verbetering en promotie van de bestaande pluimveerassen. Ten tijde van het ministerieel besluit in ’46 waren er 150 erkende fokbedrijven, door de ver doorgedreven hybridisatie en de monopolisatie van de fokkerij, kunnen deze ondertussen op 1 hand geteld worden. Hierdoor ging de Landsbond zich meer en meer gaan toeleggen op andere activiteiten, waaronder het overbrengen van kennis en informatie enerzijds en het behartigen van de belangen van de pluimveehouder anderzijds.