Actualiteit

Mobiele slachteenheid voor pluimvee, vanaf volgend jaar een feit?

Mobiele slachteenheid voor pluimvee, vanaf volgend jaar een feit?

Door de sluiting van verschillende, vaak kleinschaligere slachthuizen, ontstond er een problematiek voor kleinschalige veehouders om een kleiner aantal dieren op een correcte, gecertificeerde manier EN op bereikbare afstand te laten slachten. BioForum, een koepelorganisatie voor de Belgische biologische landbouw- en voedingssector, wou hieraan tegemoet komen en richtte enkele jaren geleden een operationele groep op omtrent mobiele slachteenheden (MSE).

Operationele groep mobiele slachteenheid

De operationele groep mobiele slachteenheid onder meer, naast BioForum, samengesteld uit een slachterij, enkele verwerkers, verschillende veehouders, Steunpunt Korte Keten, Odisee Hogeschool, OVAM en het FAVV, onderzoekt de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid in Vlaanderen. Waarbij gezocht wordt naar oplossingen op technisch, reglementair, financieel en organisatorisch vlak. Er rijzen namelijk veel vragen. Is er wel een markt hiervoor weggelegd en is dit zodoende rendabel? Kunnen de wettelijke hindernissen overwonnen worden? Is de consument bereidt de meerprijs te betalen? Welke installatie is werkbaar en vergunbaar?

1. Technisch

Een MSE voor pluimvee is technisch gezien veel makkelijker te implementeren dan in het geval van runderen. De benodigde infrastructuur is beperkt in grootte en gewicht en past in een grotere bestelwagen of aanhangwagen. De huidige beschikbare modellen hebben een breedte van 2,5 meter breed en afhankelijk van het model tussen 3 en 7 meter lang. De capaciteit wordt geraamd, afhankelijk van de grootte van een 20-30 stuks/uur tot 200 stuks/uur. BioForum gaat uit van een model dat een 250-300 stuks per dag kan verwerken.

2. Reglementair

De huidige regelgeving is niet op maat van een MSE. Toch lijkt het er op dat een MSE binnen het huidige reglementaire kader haalbaar is.  Bij de thuisslacht van kleine aantallen pluimvee voor directe verkoop aan consumenten is een keuring ante en post mortem niet nodig, is het vlees echter voor doorverkoop aan winkels of restaurants dan is deze ante en post mortem veterinaire keuring wel vereist, wat de kosten gevoelig verhoogd. Daarnaast moet er eveneens voor het slachtafval een oplossing gezocht worden. Een destructiebedrijf kan hier een oplossing zijn, maar heeft opnieuw een impact op de kostprijs. Alsook moet er afgerekend worden met de problematiek van de omgevingsvergunning. Omdat de Vlaamse reglementering voor mobiele installaties nog niet werd vastgelegd, werd er nagegaan of er voor elke individuele site een omgevingsvergunning moet verkregen worden.


3. Financieel

Voor een MSE voor pluimvee, waarbij rekening wordt gehouden met alle reglementaire aspecten,  moet er een bedrag voorogen gehouden worden tussen de 80.000 en 120.000 euro investeringskosten. Hierin zitten de operationele kosten niet vervat.

Wordt alles in rekening gebracht dan zou de kostprijs om een kip te laten slachten in een MSE, logischerwijs afhankelijk van verschillende factoren (aantal dieren, ante en post mortem keuring,…), zich situeren tussen de 3,18 EUR en de 3,70 EUR.  Het zal nog moeten blijken of de consument bereidt is om deze meerprijs voor deze ‘low stress’-kip te betalen en is dit hele verhaal bovendien ook economisch rendabel voor de  veehouder?

4. Organisatorisch

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de MSE er organisatorisch zal uitzien. De piste voor het opzetten van een coöperatieve structuur lijkt twijfelachtig en de voorkeur gaat uit naar een privé-investeerder waarbij vooral ITC/Intracomp in beeld komt. Paul Verbeke, ketenmanager BioForum Vlaanderen, maakt zich sterk dat ze begin 2020 met iets op de markt zullen komen.

Bedenkingen

“Dergelijke korte keten projecten waarbij er een niche wordt gecreëerd zijn prachtige  initiatieven die de landbouw vervreemde consument terug wat meer voeling doet krijgen met de agrarische sector. Dit kan naar onze mening enkel en alleen gebeuren als er aan dezelfde strenge eisen wordt voldaan waaraan de industriële pluimveehouders moeten voldoen inzake regelgeving, voedselveiligheid en biosecurity.  De vraag is alleen of dat dit nog financieel haalbaar is”, aldus Martijn Chombaere, adviseur van de Landsbond Pluimvee.

Te vinden in: Alle categorieën , Braadkippen , Wetgeving , Onderzoek